Voor een mens is niets zo onverdraaglijk als niet te worden gekend, niet te worden opgemerkt, een 'niemand' te zijn. Door iedereen te stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen, door iedereen te betrekken bij het reilen en zeilen van de school, door letterlijk iedereen een plek te garanderen in de beleidsbepaling, wordt de kans op het 'over andermans hoofd regeren' tot een bijzonder kleine gemaakt.

Beleid- en besluitvorming komt met andere woorden als volgt tot stand:

  • Voorbereiden: Voor alle beleidsgebieden worden werkgroepen van medewerkers samengesteld. Iedere medewerker neemt zitting in één van de werkgroepen. Sommige werkgroepen zijn ondersteunend van aard, andere zijn meer onderwijskundig georiënteerd. De werkgroepen zijn samengesteld uit mensen van alle geledingen die op een specifiek gebied kwaliteit te bieden hebben. Iedere groep heeft zo zijn specialisme en wordt als zodanig als 'leading' erkend. De groep doet op haar beleidsgebied voorstellen en brengt die in bij het dagelijks bestuur via een gekozen portefeuillehouder.
  • Accorderen: Alle portefeuillehouders samen vormen het dagelijks bestuur van de school. De directeur zit het dagelijks bestuur voor in de rol van primus inter pares. Portefeuillehouders brengen de beleidsvoorstellen in. Het dagelijks bestuur bespreekt de voorstellen op basis van het consentmodel. Zijn er geen zwaarwegende argumenten tegen, dan wordt het voorstel geaccordeerd. Zijn die er wel, dan wordt het voorstel met een vervolgopdracht teruggestuurd naar de groep.
  • Uitvoeren: De portefeuillehouder is verantwoordelijk voor de uitvoering van het geaccordeerde en in het jaarplan vastgelegde beleid en beleidsbudget.


Ps.
Het idee om het te hebben over werkers en medewerkers, in plaats van over docenten en leerlingen, is niet nieuw.
Kees Boeke en Beatrice Cadbury starten daarmee in 1926 in Bilthoven de Werkplaats Kindergemeenschap. (Afgekort 'de WP', ook wel 'Kees Boeke-school').