Een docent heeft binnen de school op een aantal niveaus verschillende rollen:

Schoolbreed: Iedere docent heeft naast haar* docenttaken ook een onderwijsondersteunende, beleidsbepalende taak (zie ook organisatiemodel). Welke taak een docent gedurende een jaar, in samenwerking met collega's, er bij neemt is afhankelijk van haar voorkeur, kennis, ervaring en de behoefte van de school.

Binnen het atelier: Leerlingen zijn werkzaam binnen hun eigen atelier met een vaste groep atelierdocenten. Docenten hebben een grote mate van zelfstandigheid in, en verantwoordelijkheid voor het eigen atelier, hun groep leerlingen en hun onderwijs. Gezamenlijk stellen zij, binnen de grenzen van het schoolbrede jaarplan en meerjarenplan, hun eigen jaarlijkse atelierplan op. De atelierdocenten kiezen uit hun midden een ateliervoorzitter (primus inter pares), een communicator en een planner. 

  • De ateliervoorzitters stemmen hun activiteiten periodiek met elkaar af. 
  • De communicator communiceert intern en naar de leerlingen en hun ouders periodiek over de gang van zaken binnen haar/zijn atelier. 
  • De planner zorgt voor het inplannen van (gast)docenten, lessen, materialen en faciliteiten, in overleg met de andere atelierplanners.

Voor de leerlingen: Een docent heeft binnen het lesprogramma in het atelier een drietal rollen; mentor, expert en begeleider.

  • Als mentor is zij/hij verantwoordelijk voor de voortgang en het welbevinden van zijn mentorleerlingen.
  • Als expert geeft zij/hij instructielessen en bereidt thema's op zijn vakgebied voor. Bij de uitvoering van deze thema's is hij aanwezig, geeft instructie aan de begeleidende collega's, begeleidt leerlingen en is verantwoordelijk voor de toetsing.
  • Als begeleider begeleidt zij/hij de leerlingen en ondersteunt de expert.

 

* Wij gebruiken hier de 'zij/hij-vorm', terwijl die ook omgekeerd had kunnen zijn 😉